Maria

maria

 

We hope someday you’ll join us. And the world will live as one” – John Lennon

Honderdduizenden mensen zijn in Nederland actief in de strijd om klimaatontwrichting tegen te gaan en de kans op een leefbare toekomst voor toekomstige generaties te vergroten. Van huiseigenaren die hun huis energieneutraal maken, de politici die wél het Parijsakkoord wil implementeren, de verantwoorde ondernemers, de buurman die zijn afval scheidt en biologische producten koopt tot aan de activisten op straat.

Deze laatste categorie heb ik voor het eerst leren kennen tijdens de People’s Climate March in 2014. Voor mij de eerste grootschalige demonstratie waar ik aan meedeed. En ik had het gevoel thuis te komen. Voor het eerst omgaf ik mij met duizenden mensen die net als ik ook woede en angst voor de houdbaarheid van onze leefomgeving voelden en dit omzetten tot actie én daarvoor ook de straat op gaan. Want alles moet uit de kast gehaald worden om het tij nog te kunnen keren.

Wat was het een krachtig gevoel om met zoveel mensen tegelijk samen te komen en van ons te laten horen en wat ben ik ontzettend dankbaar voor al die mensen die door de geschiedenis heen dit recht levend hebben gehouden. Waardoor ik ‘pas’ in 2014 mee kon gaan doen.

Ik denk dat het meer dan ooit tijd is dat we naast onze privé- en werkkeuzes te ‘verduurzamen’, we ook voor het behoud van onze prachtige leefomgeving de straat op moeten gaan.

Hierbij verbinden we ons – in al onze diversiteit – automatisch met elkaar en daar ligt wat mij betreft een gigantische kracht voor verandering. En de kracht om het uit te kunnen houden, want het is nog een lange strijd ben ik bang.

Op de demonstraties, de trainingsweekenden, de Facebook-groep en de talloze acties die mensen organiseren, ontmoette ik mensen die net als ik zich zorgen maken.

Mensen die de pijn van wat er gaande is ook voelen.

Mensen die deze zorgen en pijn omzetten tot concrete acties.

Mensen die zonder dat ik ze goed ken voelen als vrienden.

Mensen die zorgdragen voor elkaar.

Mensen die ook als ze er niet voor betaald krijgen iets doen.

Mensen die respect hebben voor elkaar.

Mensen die mij inspireren, hoop geven en wakker houden.

En… ik ontmoette Rolf. De man waarmee ik de liefde voor het leven door mag gaan geven. En waardoor de liefde van waaruit ik doe wat ik doe en voor wie ik het doe meer dan ooit voelbaar is geworden.

Ik ben filmmaakster en voor mij zegt deze video eigenlijk alles wat ik hierboven in tekst heb geprobeerd te beschrijven, dus ik sluit graag af met de video van de Human Chain tijdens de klimaattop in Parijs.

 

Advertenties

Lavinda

lavinda

Klimaatverandering is voor mij een resultaat van dat we als collectief de natuurlijke systemen om ons heen niet zo goed weten te waarderen. Dat we niet goed zien dat we onderdeel zijn van deze systemen (en er niet boven staan) en dat we niet zo goed zien dat we er afhankelijk van zijn (en niet onaanraakbaar zijn). Als we deze systemen wel beter begrijpen, ervaren en voelen, kunnen we ons handelen er op aanpassen.

Duurzame voedsel en landbouw is een thema waar ik al een tijdje voor warm loop, zowel als duurzaamheidsonderzoeker, boerderijmedewerker/vrijwilliger, moestuinier en als kook- en eetliefhebber. Afgelopen zomer heb ik een fantastische permacultuurcursus gevolgd in Zweden. Richard Perkins (de permacultuur docent), zijn boerderij en de mensen om hem heen zijn voor mij een krachtig voorbeeld van hoe het ook kan. Ik voelde, zag en ervoer dat alle handelingen en keuzes (klein en groot) slim resulteerden in een landbouwsysteem met een positieve (klimaat)impact. Waar het (voor Richard) nu nog niet helemaal klopte, was er een helder plan naar zodat het wel zou kloppen. Heel gaaf.

Ik heb hierdoor weer een extra boost gekregen. En dat kwam omdat mijn ‘oude’ kennis over duurzame landbouw werd aangevuld met nieuwe kennis inclusief ervaren, anders kijken, voelen en proeven… Die completere kennis (‘holistisch’ voor mijn part) geeft mij een handelingsperspectief. Zou dat misschien ook voor anderen zo werken?

Ik denk dat we, als we onze kop er naar zetten, super krachtig kunnen handelen. Het klimaatweekend afgelopen oktober was daarom ook een verademing! Veel mensen met een enthousiasme om er tegen aan te gaan.

Charles

charles

In de aanloop naar dit weekend had ik eerdere ervaringen van anderen gelezen. Woorden als informatief, leerzaam, warm bad kwamen voorbij. Ik was dan ook benieuwd of ik dit alles ook zou ervaren.

De start op vrijdagavond begon voor mij een beetje onwennig. Veel mensen weten niet dat ik weinig kan volgen in groepsverband of in een rumoerige omgeving. Ik was nog wat te bleu om anderen daarop aan te spreken en probeerde ik alles zo goed en kwaad als het gaat te volgen zonder me al te veel op te dringen.

Normaal gesproken zou ik hier een schrijftolk voor ingezet hebben, maar ik had al de nodige tolkuren, waar ik dit jaar recht op heb, verbruikt (van de 30 uren had ik nog maar 13 over). Daarom had ik reeds besloten om alleen op zaterdag en zondag overdag een schrijftolk in te zetten. Ook had ik geprobeerd de anderen voor te bereiden op dit fenomeen en mijn gehoorbeperking door middel van een bericht bij dit evenement op Facebook.

Dus zagen de andere deelnemers mij pas op zaterdag met een tablet rondlopen waarop ik aandachtig tuurde en iemand zitten met een laptop en een apart uitziende typeboard. Dankzij deze middelen kon ik beter volgen wat er gezegd werd.

Nadat de tolk weg was gegaan, was ik de avond die er op volgde, weer op mezelf aangewezen. Nu ik de andere mensen beter had leren kennen, durfde ik iets meer voor mezelf op te komen en werd daarin ook aangemoedigd. Toen we uiteen gingen in groepjes van vier, werd ik even wat emotioneel omdat de aanmoedigingen mij veel deden. Dank jullie wel voor deze support.

Over zondag hoef ik niet veel uit te weiden omdat dat vergelijkbaar is met zaterdag. Al met al een enerverend, maar ook informatief weekend. Veel geleerd, ook op het persoonlijke vlak. Ik hoop dat dit artikel anderen zoals ik (dus doof/slechthorend, maar ook mensen met andere beperkingen) uitnodigen om ook eens te komen. Het is niet voor niets dat ik bij het noemen van het woord wat bij mij opkwam als ik aan dit weekend dacht, “WELKOM” riep.

 

P.s. Ik vond het fantastisch om te zien dat er deelnemers uit bijna alle leeftijdscategorieën waren, heel inspirerend!

Lawrence

lawrence

Lawrence en Emma van JMA

Waarom ik actief ben binnen de Nederlandse klimaatbeweging en wat mijn rol is

 

De Nederlandse klimaatbeweging wordt niet geleid door één persoon of één organisatie. Het is een platform met verschillende mensen die het faciliteren. Hierdoor kan het zich enorm uitbreiden over verschillende onderwerpen en acties. Dat maakt het prettig om aan te sluiten bij de activiteiten waar jij thuis bij voelt of interesse in hebt. Voor mij geldt hetzelfde. Het is een prettige club, met één gezamenlijk doel, namelijk klimaatverandering tegengaan. Maar iedereen heeft hun eigen manier, waardoor je een hele diverse groep leert kennen en altijd terecht kan met een vraag of onderwerp. Het is ook prettig als je groep/organisatie-loos bent, want je kan er altijd terecht.

 

Het mooie aan de weekenden is dat iedereen hun tijd en sociale activiteiten opzij zetten voor een weekend vol workshops, lezingen, acties, trainingen maar ook gezelligheid met andere klimaatactivisten. Je bouwt zo’n band op met elkaar, want je ziet elkaar weer op demonstraties, acties en allerlei andere activiteiten. Zo heb je altijd mensen om mee te praten en voel je je nooit alleen.

 

Dat is ook de kracht van de Nederlandse klimaatbeweging. Zonder dat je gebonden bent aan iets, ben je een onderdeel van een groter geheel en dat voel je ook. Juist hier word je niet raar aangekeken als je een veganist bent, tegen TTIP bent, dat je voor klimaatactie bent of een ervaren rot bent met burgerlijke ongehoorzaamheid.

 

Niemand heeft echt een rol tenzij je in het organisatieteam zit, maar ik probeer aandacht te creëren voor jongerenparticipatie en diversiteit. Gelukkig zit er een stijgende lijn in jongerenparticipatie, dankzij het werk van vele mensen. Maar op het gebied van diversiteit is het een stuk lastiger, maar langzamerhand vormt er een groepje geïnteresseerden om ervoor te zorgen dat de beweging intersectioneel en sociaal breder wordt.  Het moet alleen niet op een dwingende wijze, want het blijft een vrijblijvende beweging.

 

Het is een leuke manier waar ik mijn ei kwijt kan. Dus ik moedig je vooral aan om te komen, kijken wat jij leuk vindt en een steentje bijdragen voor een sterke beweging.

Florian

received_10210881102046038

Last couple of years I’ve become more involved in the Dutch Climate Movement. This movement consists of individuals who feel it’s their responsibility to act on climate change. Whether they operate under the flag of an organization (like Greenpeace, Milieudefensie, Urgenda, etc.) or just as concerned individuals, these people are not afraid of stepping out of their comfort zone, thinking and moving in new directions and even becoming civil disobient to achieve their goals.
This growing group of concerned fellow earthlings feels like a new family to me. And the cool thing is that we’re starting to get organized and therefor are achieving more results. It’s not just a bunch of flower power hippies sitting around in drum circles. These people stop coal mining monster machines. These people force corporates to divest from the fossil fuel industry. These people take real action!

Vatan

Noot van de redactie: Dit is het verhaal van Vatan over de Climate Hunger Strike. Gepubliceerd in december 2015. Feiten zijn soms gewijzigd maar de reden om klimaat actie te ondernemen blijft hetzelfde.

vatan-overhandiging

Vatan is onder andere mede initiatiefnemer van het Rotterdams Klimaat Initiatief, een burgerbeweging die pleit voor sluiting van de kolencentrales in Rotterdam

I will hunger strike to demand climate action, and here’s why

Published 1.12.2015 on EUtopia. Now archived here.

The urgency of countering global warming is mounting and mass demand for action growing. However, chances of seeing meaningful climate commitments are thwarted by continuing efforts of fossil fuel corporations to protect their bottom line. Hunger strike is my latest attempt to convince governments to shed their fossil fuel shackles and end the climate crisis before it’s too late.

Dangerous climate change is real, here, and will get worse if we do nothing
Since the industrial age we have been burning fossil fuels on a large scale. In doing so humanity has emitted a lot of carbon dioxide (CO2), a heat-trapping greenhouse gas. This has been going on for so long and so intensely that we are now witnessing unprecedented temperature rise around the globe.

Latest reports suggest man-made global warming is largely responsible for 2015 being on course to become the hottest year in recorded history, followed by 2014. Except for 1998, the ten warmest years ever measured have occurred since 2000.

If we continue to burn fossil fuels at the present rate, the climate will change unrecognizably in the foreseeable future and our way of life will be fundamentally undermined. This is a process which has already started. In the business-as-usual scenario we will eventually face effects including food and water scarcity, compromise of human activities due to high temperatures and humidity levels, extreme droughts and heavy rainfalls, catastrophic weather events, changing precipitation patterns, sea level rise and surges, spread of diseases, substantial species extinction and collapse of ecosystems. One can easily imagine all of this to lead to resource-related conflicts, millions of displaced people, escalations of societal tensions, negative health effects and high global economic costs.

Parts of the world have already, are now, or will soon suffer such consequences of global warming.

Researchers argue that the 2006-2010 drought in Syria, the worst in instrumental record, helped spark the civil war as it caused widespread crop failure, prompting a mass migration of out-of-business farmers to politically unstable cities. Eventually discontent grew out of control and violent protests broke out.

In Russia, climate change provoked the hottest summer ever recorded there. In 2010, extreme heatwaves and drought caused fires and swept acrid curtains of smoke across the country, killing nearly 56,000 more people than in a normal year. As if that wasn’t bad enough, between 9 and 13.3 million acres of crops were destroyed. In an attempt to protect domestic food security the Russian government instituted a grain export ban, which led to international wheat price inflation. Egypt was the top importer of Russian grain so its food-prices were hit relatively hard. Along with discontent about other issues, food-price inflation flared the Egyptian riots in the lead-up to the revolution in January 2011.

Right now, global warming is also exacerbating a precarious situation in Turkana county, northwest Kenya. In the last 50 years, the poor county has seen an incredible average temperature rise of up to 3°C and shifting precipitation patterns. A recent report by Human Rights Watch showed that dwindling herd sizes, increasingly difficult water access, deteriorating animal health, and increasing armed conflicts over remaining grazing lands and water are now daily concerns for hundreds of thousands of pastoralists living in the vicinity of Turkana lake.

Around this largest desert lake in the world, climate change is making a bad situation worse. The majority of the water needed for regional communities to stay alive will soon be consumed by an elaborate upstream development scheme in Omo Valley, southwest Ethiopia. Planned hydroelectric projects, irrigated sugar plantations and commercial agriculture will bereave Turkana county of its main water source. This is a silent climate change disaster just waiting to happen.

Climate change is not an abstract concept for Kiribati, either. Last year the Pacific island state purchased 20 square kilometres of land on the Fiji island of Vanua Levu, in anticipation of rising sea levels and encroaching tides. Now serving to guarantee food security for its population, later all Kiribatians will probably relocate to it as the low-lying state gradually – but inevitably – submerges.

Internationally it has been agreed that an average global temperature rise of 2°C compared to pre-industrial time is the threshold after which climate change becomes ‘unacceptably’ dangerous. But this consensus is merely a political feat. Recent research indicates that abrupt regional climate shifts with possibly far reaching societal consequences could be triggered far below that level of warming. For Kiribati, a temperature rise of more than 1.5°C could be lethal. By the end of this year, we will pass the milestone of 1°C warming.

The fossil fuel industry stands in the way of a climate-resilient future
These examples of climate hurt alone make clear that our governments should have long shown the courage to commit to binding policies to mitigate the unfolding climate crisis.

But they have not. Despite exceptionally thorough climate science assessment reports, twenty precious years of climate conferencing have yet to produce legally binding and successfully ratified regulations to reduce the CO2-concentration to safe levels. It is highly doubtful the round of talks in Paris will change that. Although it may be the last chance of getting it right, it is highly uncertain if and how the deal to be reached will be obligatory at all. Moreover, even when all of the submitted country intentions to reduce greenhouse gas emissions are combined our planet will still be put in peril.

The waning distrust of central governments’ ability or willingness to take the necessary responsibilities has translated in people around the world voicing their global warming concerns in domains outside of institutionalised politics. With success. The divestment movement (of which I am proudly part of) convinced close to 500 faith-based groups, foundations, pension funds, colleges, universities and schools, NGOs, corporations and health institutions worth $2.6 trillion to pledge they will end investments in coal, oil, and gas. Governmental organisations only make up 12% of those pledges.

Of course, it is well understood that support from the traditional political arena is eventually needed to implement policies that limit global warming. But often it is hard to generate that support, despite the loud mass demand for climate action. There are different reasons for this, but one has everything to do with the unrelenting political efforts by fossil fuel corporations to protect their bottom line.

If we want to stand an 80% chance of limiting climate change to 2°C, up to four-fifths of all fossil fuels owned by coal, oil, and gas companies have to be kept underground. The higher of a chance we go for, the less amount of fossil fuels we can burn. Implementation of effective climate policies would render these reserves ‘stranded assets’, not a viable option for the fossil fuel industry. To prevent, influence, and delay climate action from being taken their lobbyists have turned up everywhere.

To see hordes of their hired ties fluttering around one should visit Brussels one day. Last year, Royal Dutch Shell spent close to €5 million on opposing climate action at the EU offices. Oil giant BP spent up to €3 million on their own army of suited mercenaries. The former influenced the European renewable targets announced last year since 2011. BP’s boys enjoyed “privileged access” to European Commissioner-cum-oil baron Miguel Arias Cañete, Commissioner for Climate and Energy, and Maroš Šefčovič, Vice-President for the Energy Union, and their cabinets. On average, they met every 24th day to catch up.

In the United States, presidential hopefuls receive funding from petro-billionaires. Fossil fuel corporations pay think tanks and front groups bent on undermining climate policy, sometimes anonymously to evade reputational damage. Congress members and state level office holders sign ‘No Climate Tax’ pledges at the request of Big Fossil. No surprise then, that election candidates openly doubt that climate change is a problem that should be policed.

The fossil fuel industry is a rogue one that is corporate in its goals, but feels entitled to also have far-reaching political power over the design of climate and energy policy. In a time of imminent climate crisis, this shameful corpocracy should end immediately. For even if it is to be expected that corporations defend their business – they are judged by shareholders on grounds of quarterly return-on-investment results – the short-term value of any stock listed company should not be upheld if it erodes our shared chance of long-term survival.

However, short-term thinking does seem to indeed dominate current climate and energy governance. The IMF estimates that when hidden externalities such as health costs and climate change effects are accounted for, in 2015 the fossil fuel industry will have received subsidies worth $5.3 trillion (that is $14.5 billion a day), equalling to 6.5% of the global GDP. The EU pays $330 billion to cover the true cost of fossil fuels. Joint research from the Overseas Development Institute and Oil Change International shows that fossil fuel production activities alone receives $452 billion worth in yearly subsidies from G20 governments. Although those governments called for an end to the subsidies five years ago, and there is some good news to be shared here and there, little systematic progress towards those promises has been realised.

These fossil fuel subsidies have to end. It is one of the best chances we have to free societies everywhere from the shackles of the fossil fuel industry and solve the climate crisis before it is too late. We can no longer afford to give away money to companies that thrive on wrecking the climate. The answer to the question “When should fossil fuel subsidies end?” is “Whenever the hardest-hit communities need them to end so that they can safely survive man-made climate change”. Probably, that translates best to “Now”.

What I am about to do to get this demand across to my national leaders, I have never done before. In light of the ominous circumstance we find ourselves in, I have decided I will hunger strike starting on December 11th, the last day of the climate conference in Paris. Starting then I will blog every day to share my experiences, motivations and more background information. I will post the links to the blogs on my Twitter and use #ClimateHungerStrike. I am incredibly thankful for the support I am receiving from friends, some of whom will join me in this strike through Paris. You can, too. Even if it is just for one day. Because only one day is needed to make history.

Chihiro

chihiro

Naast protest en verzet om klimaat verstorend beleid een halt toe te roepen, zie ik een behoefte om eenheid in diversiteit te ontwikkelen van betrokken mensen om een klimaatbeweging te bouwen in Nederland. Dat begint met de verschillen en overeenkomsten onder ons als klimaatactivisten, NGO’ers, artivists, lobbyists, anarchisten, socialisten en betrokken studenten, ouders of senioren te leren kennen en elkaar te spreken, uitdagen en inspireren.

Er zijn best veel mensen ‘bewust’ maar bewustzijn bouwt nog geen politieke druk voor rechtvaardig ecogeletterd beleid; hetgeen we graag in de wereld willen zien. Ik zie de klimaatweekenden als een goede setting om te werken aan collectieve strijd waarbij we werken aan onszelf, onze analyse en dialoog voeren met anderen die net weer een andere invalshoek hebben in dit onderwerp.

Mijn hoop voor deze klimaatweekenden is dat ze kunnen bijdragen aan vruchtbare samenwerkingen van gewone mensen die de handen uit de mouwen willen steken om ecocide te stoppen, herstel rechtspraak aan te jagen en politieke systeemverandering. Oftewel samen bouwen aan ons ecotopia!